Gezinsbegeleiding
woensdag, 05 oktober 2011
Willem rijdt af en toe in de auto van zijn moeder. Eigenlijk vindt zijn moeder dat niet goed, maar het is ook wel een beetje stoer. Willem is zo handig en kan al goed inparkeren. En hij beperkt zich tot af en toe een rondje in de buurt. Want hij is 16 jaar en heeft natuurlijk nog geen rijbewijs. Dat deert hem niet. Ook als zijn moeder naar haar werk is, pakt Willem af en toe de sleutel en gaat een stukje rijden. ‘Nee, niet ver en natuurlijk doe ik voorzichtig.’ De filmpjes op zijn computer vertellen een ander verhaal; lekker hard door de bochten en vooral laat remmen. Daar schrikken andere weggebruikers zo leuk van. Dat sommige mensen boos reageren vindt hij maar stom; hij doet toch niets bijzonders?!
Soms pakt hij de brommer van z’n broer. Dan moet Willem een brief posten, wel zo’n 500 meter lopen. Zonder helm, want die is lastig en het is toch maar een klein stukje. Soms zegt moeder er iets van, dat het niet mag of zo. Willem trekt zich er niets van aan, laat maar kletsen. Als zijn moeder een keer de autosleutel verstopt, is Willem boos en dat laat hij weten ook. Hoe haalt zijn moeder het in haar hoofd? Tijdens een gesprek met een politieagent hoort Willem dat –als hij een keer een ongeluk maakt- hij niet verzekerd is en voor alle kosten moet opdraaien. Of anders zijn moeder. En die kosten kunnen als snel oplopen. “Ouwemannenpraat, dat geklets over ongelukken.’
Ouders hebben het er maar moeilijk mee; grenzen stellen of juist loslaten. Tot aan de puberteit is het duidelijk; de ouder is de baas en vertelt het kind wat er van hem of haar verwacht wordt. Het kind zal zich in eerste instantie in deze rolverdeling schikken. Het is immers in hoge mate afhankelijk van die ouder. Bij pubers wordt het opeens heel anders; zij leren door ervaring, soms door ‘met hun hoofd tegen een muur te lopen’. Door te experimenteren leert een puber de wereld kennen en ervaringen op te doen. Hierdoor leert hij zijn mogelijkheden kennen en risico’s beter in te schatten. En dat terwijl pubers nog niet zo goed in staat zijn om complexe beslissingen te nemen, risico’s te overzien en in te schatten en de gevolgen van hun beslissingen te begrijpen. Sommige ouders zien met bonkend hart hun pubers dingen doen waarvan ze denken; ‘als dat maar goed gaat’.
De rol van opvoeder is niet makkelijk. En het is een grote verandering voor de ouder, van opvoeden naar begeleiden en steunen, hun puber de kans geven om te experimenteren, ervaringen op te doen. Maar wel vanuit geborgenheid. De puber moet het gevoel hebben dat, als het een keer mis gaat, zijn ouders er voor hem zijn. Natuurlijk is het niet zo dat pubers gewoon hun gang kunnen gaan. Het is wel degelijk belangrijk om naast geborgenheid ook duidelijke grenzen te stellen. Het gaat dan om een lastige afweging tussen het stellen van grenzen en het geven van die vrijheid die nodig is om ervaringen op te doen.
Hoe ga je als ouder om met een puberend kind? Door het geven van emotionele steun ervaart je puber geborgenheid. Door sturing geef je de weg aan, niet ‘zo-moet-je-het-doen’, maar benoem de mogelijkheden. Complimenten werken vaak motiverend. Je puber weet dat het op de goede weg is en zal hierdoor (zelf-) vertrouwen ontwikkelen. Deze ontwiikeling stopt niet bij het 20e jaar, dus hebben jongeren hebben tot na hun 20e jaar steun, sturing en complimenten nodig.
BMS - Advies coacht gezinnen kortdurend en oplossingsgericht
woensdag, 16 februari 2011
Dirk is jarig. Hij wordt 16 jaar en geeft een feest voor zijn vrienden. En hij mag bier schenken. Hij is immers 16 jaar geworden en dan mag het. Het feest wordt in de schuur gehouden. Gezellig, vrienden onder elkaar. De ouders van Dirk zijn thuis, maar daar heeft Dirk en zijn vrienden ‘geen last van’. Het is tenslotte zijn feestje.
Het feest begint om een uur of tien ’s avonds. Niet zo vroeg want dat is niet gezellig. Wel veel bier, want dat is wel gezellig. Liever hadden ze echte sterke drank gehad, whisky of wodka, het echte werk. Maar dat mocht weer niet van zijn ouders. Vriend Jaap komt later op het feest en heeft dus wat in te halen. En dat doet hij met verve. Het ene biertje na het andere giet hij in zijn keel. En het wordt echt gezellig. Het ene verhaal volgt het andere op. Steeds sterker worden de verhalen en het tegen elkaar opbieden. Gelukkig hebben ze nog steeds geen last van de ouders van Dirk, hoewel het toch wel luidruchtig is in de schuur.
So far so good. Door de drank en de sterke verhalen wordt de sfeer toch wel wat anders; grimmiger is net een te zwaar woord. Toch lijkt het minder gezellig te worden. En de kids minder duidelijk verstaanbaar. Jaap vertrekt na een uurtje of twee van het feest. Hij heeft flink gedronken en weet zich achteraf weinig of niets te herinneren. De verhalen en de feiten die volgen lopen uiteen. Zo rond een uur of 1 wordt Jaap stomdronken in de huiskamer aangetroffen door zijn moeder. Zijn toestand was zo ernstig dat hij naar het ziekenhuis werd gebracht. Na onderzoek bleek het nodig dat Jaap die nacht in het ziekenhuis bleef. De volgende dag kon Jaap zich niets herinneren van het voorval, hoe hij thuisgekomen was enz. Maar dat hij te veel gedronken had was niet waar. Er was vast een andere reden dat hij op de grond was gevonden.
Jaap is geen uitzondering. Pubers die te veel drinken is niets nieuws. Veelal schuilen er achter teveel drinken andere persoonlijke problemen. Dat maakt het beginnen met drinken ‘makkelijker’ en je geeft jezelf een houding. Het geeft houvast, maar wat is dat voor een houvast? Natuurlijk kunnen we op zoek gaan naar schuldigen, maar dat lijkt me niet zinvol. Jeugdigen mogen vanaf hun 16e jaar drank kopen, dus ook drinken. Juridisch niets op tegen. Ze blijven uiteraard zelf verantwoordelijk voor hun (drink-) gedrag. Maar kunnen kinderen van 16 jaar ook die verantwoordelijk aan? De ouders dan, hadden die niet moeten opletten op wat de jeugd in hun schuur deed? De ouders hadden kinderen van anderen in hun schuur, weten niet of die kinderen ervaring hebben met drank en of de kids eigenlijk wel alcohol mogen drinken van hún ouders. Hadden de ouders geen toezicht moeten houden op de mate van het drankgebruik. Hoe staat het met de zorgplicht of ouderlijk toezicht op je eigen kinderen en die van anderen. Hoe staat het met het morele besef van deze ouders? Wat als Jaap niet was thuisgekomen, maar de sloot was ingereden. Jaap was er nooit meer zelfstandig uitgekomen. En dan zou er wel degelijk naar een schuldige gezocht worden.
Jaap is geen uitzondering. Er zijn vaak feestjes waar kinderen voor het eerst met drank in aanraking komen en zich dan zo lam zuipen dat ze naar het ziekenhuis moeten. Of dat nu een bierfeest of een cocktailparty heet. Het lijkt erop het normaal gevonden wordt dat kinderen ongelimiteerd en zonder toezicht kunnen drinken. Omdat je 16 wordt. Ouders overschatten hun kinderen nagal eens; 16-jarigen kunnen ‘volwassen’ praten, maar zijn nog lang niet volwassen. Veel ouders hanteren een ‘onderhandelingsopvoeding’. Over alles moet onderhandeld worden. Ouders weten vaak niet hoe zij grenzen moeten hanteren. Of vinden het moeilijk om grenzen te stellen. Door een dergelijke grenzeloze opvoeding worden pubers eveneens ‘grenzeloos’. Ook horen we vaak dat pubers juist moeten experimenteren; ‘het zijn nog maar pubers’. Juist een reden om die experimenten wel te volgen en duidelijke voorwaarden stellen aan gedrag. Hoe moeten pubers anders leren om te gaan met de ‘beperkingen’ van de samenleving?
Er zijn momenteel vier alcoholpoli’s in Nederland. Speciaal voor zuipende pubers. Vandaag werd bekend dat dat er twintig moeten gaan worden. Het is dieptriest dat het kennelijk al zo is dat er met regelmaat pubers een alcoholvergiftiging oplopen. Drankproblemen worden onderschat, omdat ‘het gezellig is om alcohol te drinken’. Grenzeloze kinderen gaan grenzeloos aan de drank.
Terug naar Jaap. Hij heeft geen drankprobleem, vindt hij. Hij heeft echter meer dan normale belangstelling voor alcohol. Bier is eigenlijk te min. Het echte werk is whisky en wodka, het sterkere spul. Hij praat er graag over. Het is niet duidelijk of dit ‘stoer’ gedrag is, of dat hij werkelijk zwaarder gewend is. Jaap is een puber dat zich graag laat uitdagen. Als hij door anderen niet uitgedaagd wordt, doet hij het zelf wel. En dan laat hij zien waar anderen niet op zitten te wachten. Met verhalen overschreeuwt hij zijn frustraties en zijn angsten. Of hij leert met drank om te gaan? Niet vanzelf, daar is hulp bij nodig. Jaap heeft een probleem.
woensdag, 15 september 2010
Opvoeden… meestal staan ouders er niet echt bij stil. De meeste ouders voeden hun kinderen op eigen gevoel en met adviezen van vrienden en familie op. Opvoeden kan soms ook lastig en ingewikkeld zijn en soms weet u als ouder niet altijd waar u goed aan doet. Streng zijn of juist zelf laten ontdekken?
Er kunnen allerlei oorzaken bestaan die het opvoeden lastig maken; is uw kind druk, hyperactief of juist passief. Heeft uw kind ADHD of ADD? Goede raad en steun van familie helpen u niet meer. In zulke situaties is het nodig dat iemand u helpt de weg te vinden.
U heeft vaak zelf al veel uitgeprobeerd om de vraag waarmee u bij ons komt op te lossen. We zien regelmatig dat deze pogingen niet tot een oplossing leiden. Gezinscoaching vindt plaats daar waar de problemen zich voordoen, namelijk bij u thuis. Met alle gezinsleden gaan wij na welke oplossingen er kunnen bestaan voor de gevoelde problemen. Het kan zijn dat de verschillende gezinsleden verschillende oplossingen zien. De gezinscoach helpt u om de oplossingen van het gezin in de praktijk te brengen.
Wij gaan er van uit dat elk (negatief) gedrag positieve bedoelingen voor de persoon of zijn omgeving in zich heeft. Het is niet altijd even duidelijk wat dat positieve dan wel zal zijn. Soms is het even zoeken naar de positieve bedoelingen om ze te vinden. Maar ze zijn er. Een ander uitgangspunt is dat voor gedrag gekozen kan worden. Je kan kiezen om te gaan blowen of om postzegels te gaan sparen. Je kan kiezen om dwars te zijn of wat meer meegaand. Vaak is het maar net wat het ‘oplevert’. Daarbij is het gedrag niet de persoon zelf. Dat wil zeggen, iemand met vervelend gedrag is zelf nog niet vervelend. Alleen zijn gedrag is dat. Tot slot wordt gedrag aangepast aan de omgeving en omstandigheden. Mensen kleden zich bijvoorbeeld heel anders in de zomer dan in de winter, of op het strand of in de stad. Door bovenstaande uitgangspunten te hanteren blijkt gedrag veranderbaar en kunnen oplossingen gevonden worden.
Het concrete gedrag dat ten grondslag ligt aan de problemen wordt bespreekbaar gemaakt. Belangrijke invalshoek is het niet alleen kijken en benoemen van hetgeen niet goed gaat, maar ook het versterken van datgene wat wel goed gaat. Tegelijk wordt gewerkt aan het (samen) oefenen met en aanleren van meer effectief gedrag.
‘Lastig gedrag’ kan onder andere voortkomen uit het hebben van nare gevoelens, zich eenzaam voelen, onbegrepen voelen, jaloers zijn, A(D)HD, pubergedrag.
lees ook:
ADHD, een inleiding
De hersenen, een chemische fabriek