Coaching & Counseling
maandag, 08 november 2010
Het zou mooi zijn als de verschillende delen van de hersenen goed met elkaar samenwerken.
We ondervinden dan een gevoel van evenwicht, van ‘homeostase’. Helaas is het in de praktijk vaak anders. In bepaalde situaties schakelt het ene deel van de hersenen een ander deel uit.
Soms is het andere deel overheersend en dringt voor. Hoe zit dat nu? Over welke delen van de hersenen hebben het hier?
Er bestaan drie belangrijke delen van de hersenen. Diep in de hersenen zit het reptielenbrein. Dit is het oudste deel van ons brein. Zo genoemd omdat de werking ervan lijkt op dat van de hersenen van reptielen. Dit deel van het brein regelt de meest primitieve functies als ademhaling, hartritme, bloeddruk, immuumsysteem enz. De werking van het reptielenbrein -of hersenstam- is instinctief, reflexmatig en onbewust, gericht op overleven; aanvallen of vluchten.
Het emotionele brein regelt ondermeer de aanmaak van hormonen en organiseert de ‘binnenwereld’. Dit brein omvat alles wat met emoties te maken heeft. Hier zitten ook alle positieve gevoelens zoals liefde, genegenheid, maar ook negatieve zoals angst en verdriet. Het emotionele brein zorgt ervoor dat we ervaringen onthouden, zodat we ze kunnen herhalen of vermijden.
Het denkbrein heeft alles te maken met bewustzijn, taal, aandacht, concentratie, probleemoplossing. Het regelt de complexere vaardigheden zoals emoties controleren, plannen, structureren, motiveren. Het regelt de ‘buitenwereld. Het denkbrein –of neocortex- hebben we gemeen met alleen zoogdieren. Deze zorgt voor het opdoen van kennis, het leervermogen, het gebruiken van een taal, het analyseren en oplossen van problemen, creativiteit, logisch denken, enz. Ook morele waarden en normen bevinden zich hier.
Ons reptielenbrein en het emotioneel brein hebben sterk de neiging om ons denkbrein te overheersen. In situaties waar overleven aan de orde is, neemt het reptielenbrein het helemaal over. Als je aangevallen wordt dan is je eerste reactie vluchten of vechten. Je gaat niet eerst even staan nadenken wat je zal doen. Pas wanneer het eerste gevaar geweken is, ga je nadenken hoe je je eruit kan redden.
Wat kunnen we met deze kennis? Wordt vervolgd.
woensdag, 20 oktober 2010
Het lijkt alsof veel mensen niet meer effectief kunnen communiceren. Pogingen om met elkaar in gesprek te komen verzanden in wat mededelingen over en weer. Soms mondt een poging om in gesprek te komen uit in een ‘welles-nietes-spel’; een touwtrekkerij over woorden. Het lijkt wel of mensen geen moeite meer doen om de juiste woorden te vinden, om (echt) te luisteren. Een gesprek verzandt dan in een ‘discussie’. Het komt dan vaak niet tot een echt gesprek.
We kunnen goed duidelijk maken wat we niet willen. Hoe lastig is het om duidelijk te maken wat we wel willen. We zijn meer en meer gewend geraakt om het negatieve te benadrukken. En dat kleurt onze hele communicatie met de medemens. De aandacht voor het negatieve heeft niet alleen invloed op ons taalgebruik, maar ook op de hersenen en het hart. Tijdens een ‘discussie’ kunnen de emoties hoog oplopen. De hartslag versnelt en de hersenen schakelen over op de automatische piloot; het emotionele brein neemt het geheel over van het cognitieve brein. Door deze fysiologische ontregeling wordt alleen nog maar gedacht in termen van ‘aanvallen en verdedigen’. Er wordt niet meer gezocht naar oplossingen of antwoorden die de rust zouden kunnen herstellen.
Er zijn vier houdingen die er voor zorgen dat we uit een relatie niet krijgen wat we willen. Toch bedienen we over het algemeen als eerste één van die houdingen in onze (gespreks-) relaties.
1. Kritiek
Kritiek uitoefenen in plaats van een klacht voorleggen of een verzoek doen;
2. Sarcastische en sceptische opmerkingen
Deze opmerkingen kunnen als grappig worden opgevat, maar dienen om de ander te kwetsen;
3. Tegenaanval
Tijdens een tegenaanval is het de bedoeling om de ander het zwijgen op te leggen.
In het ergste geval door een fysieke klap;
4. Terugtrekking
Hierbij wordt de ander volledig genegeerd en gewacht ‘tot het weer over gaat’.
De reactie van de genegeerde is over het algemeen harder praten tot schreeuwen, rondvliegende
borden en erger.
Effectieve communicatie is gestoeld op vijf pijlers, noem het voorwaarden, welke uitnodigen tot een echte communicatie van hart tot hart. Zo leren we onszelf helder en integer uit te drukken, terwijl we tegelijk anderen met respect en begrip tegemoet treden.
• Juiste persoon en juiste reden
Overtuigt u zich ervan dat wat u wilt zeggen ook tegen de juiste persoon is.
Dat deze persoon de oorsprong van het probleem is en dat hij/zij in staat is het op te lossen.
• Plaats en tijd
Zorgt u er voor dat het gesprek op een veilige plaats en onder vier ogen plaats heeft.
Voelt u zich gestrest of gejaagd, stel het gesprek liever even uit. Kies een plaats en tijd
waarop u rustig kunt praten en u er zeker van bent dat de ander aandacht en tijd voor u heeft.
• Vriendelijke benadering
Het doel van communicatie is om de ander te bereiken. Dit lukt het best met een open
vriendelijke benadering. Dit opent de oren van de ander. De eenvoudigste manier om de aandacht
van de ander te trekken is het noemen van zijn of haar naam.
• Objectief gedrag
Het benoemen van een klacht of ongenoegen dient een beschrijving te zijn van wat u aan gedrag
ziet en hoort zonder een moreel oordeel.
• Emotie
Nadat u de feiten zonder waardeoordeel heeft beschreven geeft u aan welke emotie u
hebt ondervonden. Begin de zin met ‘ik voelde me….’ of ‘ik vond dat…..’.
• Teleurgestelde verwachtingen
Een van de oorzaken van een klacht of ongenoegen is een teleurgestelde verwachting.
Aangezien de ander uw verwachtingen niet kan raden, dient u duidelijk te maken in welke
verwachting u teleurgesteld bent. Dit raakt uw diepere emotionele behoefte waar de
ander rekening mee kan houden, als deze bij hem of haar bekend is.
donderdag, 23 september 2010
De hersenen bevatten minuscule cellen; de zenuwcellen of neuronen. Elk mens heeft ongeveer 100 miljard van deze neuronen. Elke neuroon heeft verbindingspunten met andere neuronen. Door met elkaar samen te werken vormen de neuronen netwerken. Deze neuronetwerken bevatten allemaal een deeltje specifieke informatie. Dat kan zijn een geur, een ervaring, een idee, een vaardigheid, een herinnering enz.
Op hun beurt vormen neuronetwerken grotere netwerken waarin meer informatie met elkaar verbonden wordt. Zo vormen die grotere netwerken de basis voor complexere herinneringen, ideeën, emoties enz. Elk mens heeft zijn eigen verzameling vaardigheden, herinneringen, ervaringen opgeslagen in neuronetwerken in de hersenen.
Stel je voor, je staat op een grasveld. Je loopt regelmatig over een bepaald stukje. Na een paar keer ontstaat er een paadje in het gras. Hoe meer je er over loopt hoe duidelijker dat pad wordt. Dat gebeurt ook in je hersenen. Als je één keer iets doet, reageren een aantal neuronen dooreen netwerk te vormen. Hoe vaker je iets doet des te sterker worden de verbindingen. Op den duur zelfs definitief. Dit kan voordelen hebben, zo kan je iets aanleren. Nadelen zijn bijvoorbeeld aangeleerde vervelende gewoontes.
Weer terug op het grasveld. Je hebt ontdekt dat het door jouw gemaakte paadje leidt tot iets vervelends. Als je een ander doel kiest en daar steeds naar toe loopt ontstaat er een ander paadje. En wat blijkt, het oude pad wordt steeds onduidelijker en vervaagt tot er helemaal geen oud pad meer over is.
Het blijkt dat ook zo te werken in je hersenen. ‘Ongewenste’ neuronetwerken blijken te verdwijnen als zij niet gevoed worden. Je kan dus dingen aan, maar ook afleren.
Nu zijn zenuwcellen, dus ook neuronetwerken hongerig. Zij willen steeds meer van hetzelfde. Door aan die behoefte te voldoen worden de cellen steeds beter in wat ze doen en sterker. Vervelende emoties worden hierdoor ook steeds sterker en vasthoudender. Geef je je zenuwcellen ander, positiever voedsel dan zullen ze daar ook aan wennen en daar sterker in worden.
Onze hersenen zijn dus in staat om andere, nieuwe verbindingen te vormen, nieuwe netwerken te organiseren. Dit wordt neuroplasticiteit genoemd. De hersenen blijven tot op hoge leeftijd kneedbaar en plastisch. Dit is goed nieuws, want het betekent dat er mogelijkheden zijn om onze gedragingen en patronen te veranderen.
Lees ook:
Lastig gedrag bij kinderen
ADHD, een inleiding