Coaching + Counseling - Echtscheidingen - BMS Advies

Blog BMS

woensdag, 16 februari 2011

Op je 16e verjaardag mag gedronken worden

Dirk is jarig. Hij wordt 16 jaar en geeft een feest voor zijn vrienden. En hij mag bier schenken. Hij is immers 16 jaar geworden en dan mag het. Het feest wordt in de schuur gehouden. Gezellig, vrienden onder elkaar. De ouders van Dirk zijn thuis, maar daar heeft Dirk en zijn vrienden ‘geen last van’. Het is tenslotte zijn feestje.

Het feest begint om een uur of tien ’s avonds. Niet zo vroeg want dat is niet gezellig. Wel veel bier, want dat is wel gezellig. Liever hadden ze echte sterke drank gehad, whisky of wodka, het echte werk. Maar dat mocht weer niet van zijn ouders. Vriend Jaap komt later op het feest en heeft dus wat in te halen. En dat doet hij met verve. Het ene biertje na het andere giet hij in zijn keel. En het wordt echt gezellig. Het ene verhaal volgt het andere op. Steeds sterker worden de verhalen en het tegen elkaar opbieden. Gelukkig hebben ze nog steeds geen last van de ouders van Dirk, hoewel het toch wel luidruchtig is in de schuur.


So far so good. Door de drank en de sterke verhalen wordt de sfeer toch wel wat anders; grimmiger is net een te zwaar woord. Toch lijkt het minder gezellig te worden. En de kids minder duidelijk verstaanbaar. Jaap vertrekt na een uurtje of twee van het feest. Hij heeft flink gedronken en weet zich achteraf weinig of niets te herinneren. De verhalen en de feiten die volgen lopen uiteen. Zo rond een uur of 1 wordt Jaap stomdronken in de huiskamer aangetroffen door zijn moeder. Zijn toestand was zo ernstig dat hij naar het ziekenhuis werd gebracht. Na onderzoek bleek het nodig dat Jaap die nacht in het ziekenhuis bleef. De volgende dag kon Jaap zich niets herinneren van het voorval, hoe hij thuisgekomen was enz. Maar dat hij te veel gedronken had was niet waar. Er was vast een andere reden dat hij op de grond was gevonden.


Jaap is geen uitzondering. Pubers die te veel drinken is niets nieuws. Veelal schuilen er achter teveel drinken andere persoonlijke problemen. Dat maakt het beginnen met drinken ‘makkelijker’ en je geeft jezelf een houding. Het geeft houvast, maar wat is dat voor een houvast? Natuurlijk kunnen we op zoek gaan naar schuldigen, maar dat lijkt me niet zinvol. Jeugdigen mogen vanaf hun 16e jaar drank kopen, dus ook drinken. Juridisch niets op tegen. Ze blijven uiteraard zelf verantwoordelijk voor hun (drink-) gedrag. Maar kunnen kinderen van 16 jaar ook die verantwoordelijk aan? De ouders dan, hadden die niet moeten opletten op wat de jeugd in hun schuur deed? De ouders hadden kinderen van anderen in hun schuur, weten niet of die kinderen ervaring hebben met drank en of de kids eigenlijk wel alcohol mogen drinken van hún ouders. Hadden de ouders geen toezicht moeten houden op de mate van het drankgebruik. Hoe staat het met de zorgplicht of ouderlijk toezicht op je eigen kinderen en die van anderen. Hoe staat het met het morele besef van deze ouders? Wat als Jaap niet was thuisgekomen, maar de sloot was ingereden. Jaap was er nooit meer zelfstandig uitgekomen. En dan zou er wel degelijk naar een schuldige gezocht worden.


Jaap is geen uitzondering. Er zijn vaak feestjes waar kinderen voor het eerst met drank in aanraking komen en zich dan zo lam zuipen dat ze naar het ziekenhuis moeten. Of dat nu een bierfeest of een cocktailparty heet. Het lijkt erop het normaal gevonden wordt dat kinderen ongelimiteerd en zonder toezicht kunnen drinken. Omdat je 16 wordt. Ouders overschatten hun kinderen nagal eens; 16-jarigen kunnen ‘volwassen’ praten, maar zijn nog lang niet volwassen. Veel ouders hanteren een ‘onderhandelingsopvoeding’. Over alles moet onderhandeld worden. Ouders weten vaak niet hoe zij grenzen moeten hanteren. Of vinden het moeilijk om grenzen te stellen. Door een dergelijke grenzeloze opvoeding worden pubers eveneens ‘grenzeloos’. Ook horen we vaak dat pubers juist moeten experimenteren; ‘het zijn nog maar pubers’. Juist een reden om die experimenten wel te volgen en duidelijke voorwaarden stellen aan gedrag. Hoe moeten pubers anders leren om te gaan met de ‘beperkingen’ van de samenleving?


Er zijn momenteel vier alcoholpoli’s in Nederland. Speciaal voor zuipende pubers. Vandaag werd bekend dat dat er twintig moeten gaan worden. Het is dieptriest dat het kennelijk al zo is dat er met regelmaat pubers een alcoholvergiftiging oplopen. Drankproblemen worden onderschat, omdat ‘het gezellig is om alcohol te drinken’. Grenzeloze kinderen gaan grenzeloos aan de drank.


Terug naar Jaap. Hij heeft geen drankprobleem, vindt hij. Hij heeft echter meer dan normale belangstelling voor alcohol. Bier is eigenlijk te min. Het echte werk is whisky en wodka, het sterkere spul. Hij praat er graag over. Het is niet duidelijk of dit ‘stoer’ gedrag is, of dat hij werkelijk zwaarder gewend is. Jaap is een puber dat zich graag laat uitdagen. Als hij door anderen niet uitgedaagd wordt, doet hij het zelf wel. En dan laat hij zien waar anderen niet op zitten te wachten. Met verhalen overschreeuwt hij zijn frustraties en zijn angsten. Of hij leert met drank om te gaan? Niet vanzelf, daar is hulp bij nodig. Jaap heeft een probleem.

vrijdag, 28 januari 2011

Co-ouderschap: het best voor kind en carriëre?

Hoogopgeleiden die na hun scheiding kind en carrière willen combineren, kiezen steeds vaker voor een co-ouderschap. Ook fijn voor de kinderen, die geen ouder hoeven missen. Maar is co-ouderschap wel ‘the next best thing’, als het traditionele gezin uit elkaar valt?

Tot eind jaren negentig gingen kinderen vrijwel automatisch naar hun moeder na een scheiding, vaders kregen op zijn best een omgangsregeling. Co-ouderschap was een wat exotisch concept waaraan slechts een paar procent zich waagde. Ruim tien jaar later is de gedeelde opvoeding volledig ingeburgerd in Nederland: van het totale aantal scheidingen waarbij kinderen betrokken zijn, eindigt nu twintig procent in een co-ouderschap.

Lees hier verder.

  • Geschreven door Ton van de Berg op 28/01 om 03:39 PM

dinsdag, 07 december 2010

Ethische gedragscode voor coaches

De NOBCO gaat er van uit dat:
1. De coach en de coachee elkaar volkomen gelijkwaardig zijn, in die zin dat beiden unieke en complete mensen zijn, vol mogelijkheden.
2. De coachee uiteindelijk zelf het beste weet wat goed voor hem is en zowel in zijn privé - als in zijn professioneel bestaan zelf, op basis van eigen afwegingen, kan beslissen wat hij wél of niet wil. Dientengevolge is de coachee ook zelf verantwoordelijk voor de keuzen die hij maakt, en is hij in persoon aanspreekbaar op zijn gedrag.
3. Tijdens coaching de doelen, middelen en keuzen van de coachee prioriteit hebben boven die van de coach.

§ 1 Respect
Respect duidt op het erkennen en eerbiedigen van waarden in het algemeen en iemands persoonlijke en menselijke waardigheid in het bijzonder. Een coach brengt dit tot uitdrukking door onderstaande gedragsregels na te leven:
1.1 Hij benadert en behandelt ieder mens als gelijkwaardig.
1.2 Hij laat zijn coachee de ruimte om eigen beslissingen te nemen en veranderingen in eerder genomen beslissingen aan te brengen, rekening houdend met eigen normen, waarden, prioriteiten en levensovertuiging.
1.3 Hij houdt rekening met het ontwikkelingsniveau, de mogelijkheden en behoeften van de coachee.
1.4 Hij dient zich vóór de aanvang van de professionele relatie ervan te gewissen, als er sprake is van een externe opdrachtgever, dat zowel de opdrachtgever als de cliënt over dezelfde informatie beschikken voor wat betreft doel en opzet van de professionele relatie en de voorgenomen werkwijze.
De opdracht kan slechts doorgang v inden als over doel en opzet tussen hen overeenstemming bestaat. Bij wijziging van de situatie of van de opdracht dient de coach tot hernieuwde afspraken te komen.
1.5 Hij gaat gedurende een coachingsrelatie geen seksuele of andere intieme relatie met een coachee aan.

§ 2 Integriteit
De coach streeft naar integriteit in zijn beroepsuitoefening. In zijn handelen betoont de coach eerlijkheid, betrouwbaarheid, gelijkwaardige behandeling en openheid tegenover de coachee. Hij schept tegenover alle betrokkenen duidelijkheid over de rollen die hij vervult en handelt in overeenstemming daarmee.
2.1 Hij is eerlijk en oprecht. Hij zegt wat hij doet en doet wat hij zegt.
2.2 Hij laat zich niet in met praktijken die de wet overschrijden of algemeen aanvaarde regels van fatsoen te buiten gaan. Hij laat zich niet in diskrediet brengen.
2.3 Hij gedraagt zich in woord en daad eerzaam en fatsoenlijk in zijn relaties, en brengt de coachee nimmer in verlegenheid.
2.4 Hoewel hij zelfbewust optreedt en handelt, dringt hij zich nergens op de voorgrond en blijft hij bescheiden.
2.5 In situaties waarin hij met de coachee of anderen van mening verschilt, of waarin compromissen gesloten moeten worden, blijft hij redelijk en schappelijk en houdt hij de dialoog open.
2.6 Hij gaat tactvol en beschaafd met mensen om, en past zich wanneer dat nodig is in redelijkheid aan aan de omstandigheden, in het bijzonder aan gewoonten en gebruiken van de coachee, zonder zijn persoonlijke authenticiteit prijs te geven.
2.7 Hij gaat vertrouwelijk om met alle informatie over de coachee die hij direct, indirect of door enige andere bron heeft ontvangen, en vrijwaart de coachee van misbruik en ongeautoriseerd openbaar worden van data.
2.8 Hij maakt geen misbruik van situaties, omstandigheden of kennis waarin de coachee afhankelijk van hem is, noch om zichzelf of andere relaties te bevoordelen, noch om de coachee of relaties van de coachee te benadelen.

§ 3 Verantwoordelijkheid
Een coach neemt door het aangaan van een vertrouwensrelatie verplichtingen op zich die niet alleen een zwaar beroep doen op zijn verantwoordelijkheidsgevoel, maar die ook repercussies hebben op de maatschappij in het algemeen en alle betrokkenen bij het coachingsproces in het bijzonder. Hij zorgt ervoor dat, voor zover dat in zijn vermogen ligt, dat zijn diensten en de resultaten van zijn beroepsmatig handelen niet worden misbruikt.
Dat hij op verantwoorde wijze coacht, bewijst een coach door zich aan volgende gedragsregels te houden:
3.1 Hij onderkent de macht die inherent is aan zijn positie en beseft dat hij zowel bewust, als onbewust grote invloed uit kan oefenen op de coachee en mogelijk ook op derden.
3.2 Hij kent zowel de beperkingen van zijn beroep als de grenzen van zijn persoonlijke competenties en zorgt ervoor dat hij geen van beide overschrijdt.
3.3 Hij is zich bewust van zijn persoonlijke waardigheid en heeft inzicht in de invloed daarvan op de uitoefening van zijn beroep als coach.
3.4 Hij aanvaardt waar nodig samenwerking met andere coaches en professionals, bijvoorbeeld indien in teamverband gewerkt moet worden aan grote projecten.
3.5 Hij maakt de bevrediging van eigen emotionele- en of andere behoeften niet afhankelijk van de relatie met een coachee.
3.6 Hij onttrekt zich niet aan de behandeling van een klachtenprocedure als die tegen hem wordt ingesteld.

§ 4 Professionaliteit
Een coach streeft naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau van professionaliteit in zijn beroepsuitoefening. Hij neemt de grenzen van zijn deskundigheid in acht en de beperkingen van zijn ervaring. Hij biedt alleen diensten aan en gebruikt alleen methoden en technieken waarvoor hij door
opleiding, training en/of ervaring is gekwalificeerd.
4.1 Hij neemt zichzelf regelmatig onder de loep, doet aan zelfreflectie en past zelfanalyse toe om te na te gaan hoe en in welke richting hij zichzelf als mens én als coach zal ontwikkelen, om optimaal te kunnen blijven functioneren.
4.2 Hij houdt zich op de hoogte van ontwikkelingen, staat open voor nieuwe inzichten en onderzoekt nieuwe methoden op gebied van coaching.
4.3 Hij heeft een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of heeft op andere wijze gezorgd dat eventuele schaden waar hij als coach op kan worden aangesproken, in redelijkheid gedekt zijn.
4.4 Hij informeert desgevraagd welke opleiding, c.q. ervaring en kwalificaties hij heeft en welke methoden en stijl hij (voornamelijk) gebruikt bij coaching. Hij heeft daartoe een curriculum vitae beschikbaar dat door hem actueel wordt gehouden.
4.5 Hij maakt onderscheid tussen een coachingsrelatie en andere relatievormen, zoals een vriendschapsrelatie en een zakenrelatie. Hij waakt voor het optreden van belangenverstrengeling. Bij dreigende vermenging van relaties zal hij óf de coachingsrelatie beëindigen, dan wel de andere relatie opschorten.
4.6 Hij is collegiaal richting andere beroepscoaches, en is bereid mee te werken aan voortgaande professionalisering van het beroep en het optimaliseren van het imago.
____________________________________________________________________
NOBCO - Postbus 2626 – 2002 RC HAARLEM – http://www.nobco.nl.(JavaScript moet ingeschakeld zijn om dit email adres te bekijken)
Kamer van Koophandel Haarlem 34188394 - BTW nummer: NL.8127.69.685.B01

Pagina 4 van 13

« Eerste  <  2 3 4 5 6 >  Laatste »