donderdag, 25 februari 2010
Ouders willen steeds meer hun kinderen na hun scheiding samen blijven opvoeden door tijd en zorg te delen. Hierbij valt nog al eens de term ‘co-ouderschap’. Maar wat is dat nu, welke rechten en plichten horen erbij en wat zijn de mogelijkheden? Is het hebben van gezamenlijk ouderlijk gezag al co-ouderschap?
BMS - Advies vindt het belangrijk dat co-ouders elkaar op een forum kunnen ontmoeten: Forum voor co-ouders
Eerst een paar termen ter verduidelijking:
Ouderlijk gezag: Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht om het kind te verzorgen en op te voeden. Tevens geeft het verantwoordelijkheid over het lichamelijk en geestelijk welzijn van het kind. Het ouderlijk gezag omvat ook de plicht om de band van het kind met de andere ouder te bevorderen. Beide ouders hebben de plicht en het recht om naar draagkracht financieel bij te dragen in de zorg en opvoeding van hun kind. Ouders hebben automatisch het ouderlijk gezag over kinderen die geboren zijn tijdens hun huwelijk of geregistreerd partnerschap. Na hun scheiding houden beide ouders –in principe- het ouderlijk gezag.
Co-ouderschap: Naast de plichten en rechten vanuit het ouderlijk gezag wordt bij co-ouderschap de dagelijkse zorg en opvoeding van de kinderen zoveel mogelijk gedeeld. Dit houdt in dat uw kind afwisselend bij u en uw ex-partner woont en door u beiden wordt opgevoed en verzorgd. Ook als er geen gezamenlijk ouderlijk gezag kunnen ouders besluiten tot co-ouderschap.
Co-ouderschap kan alleen verkregen worden als beide ouders er achter staan. Als er wijzigingen zijn in de situatie, bijvoorbeeld als een ouder wil verhuizen, is het niet makkelijk om de samenwerking te verbreken en is een co-ouderschapregeling niet zomaar te wijzigen in bijv. een omgangsregeling. Bij wijziging van omstandigheden kan het soms in het belang van het kind zijn dat het co-ouderschap wel wordt gewijzigd. Het ouderlijk gezag eindigt wanneer de kinderen 18 jaar zijn en formeel houdt dan het co-ouderschap op.
Hoewel het meestal de ouders zijn die willen co-ouderen, zijn het de kinderen die het in feite moeten uitvoeren; zij wisselen regelmatig van huis. En daar moeten de kinderen wel tegen kunnen. Soms blijkt in de praktijk dat het kind problemen ervaart met het steeds wisselen en zich niet meer thuis voelt bij de ene of de andere ouder. Dat kan een reden zijn om af te zien van het delen van zorg en tijd en om te kijken naar een regeling waar het kind zich goed bij voelt.
De praktische dagelijkse invulling van een co-ouderschap moet goed afgesproken worden. Er zullen taken en verantwoordelijkheden verdeeld moeten worden. Het is verstandig om de afspraken vast te leggen in een ouderschapsplan. Dan weten de ouders, maar ook de kinderen waar ze aan toe zijn. Het ouderschapsplan zal elk jaar bekeken moeten worden of de afspraken nog wel passen op de situatie.
Er bestaan voordelen aan het co-ouderen, maar ook nadelen. Dat hangt sterk af van de situatie en van de kinderen waar het om gaat. In het algemeen kan niet gezegd worden of co-ouderschap goed of slecht is voor de kinderen. Er bestaan wel een aantal voorwaarden om het co-ouderen te laten slagen. Zo moeten de ouders redelijk kunnen overleggen en afspraken maken. En zich aan die afspraken houden. Ouders moeten de belangen van hun kinderen voorop stellen. Ook zullen ouders flexibel om moeten kunnen gaan met wijzigingen van de afspraken. De huizen van de ouders zullen redelijk bij elkaar in de buurt moeten zijn.
Er bestaan verschillende manieren om de kosten van kinderen te delen, zodat in de meeste situaties voor een passend systeem kan worden gekozen. Laat u zich goed voorlichten over de mogelijkheden van het delen van kosten door een deskundige. Bij een goede financiële regelingen bestaan soms aanzienlijke fiscale voordelen. BMS – Advies beschikt over een nieuwe rekenmethode waarmee het delen van de kosten nauwkeurig berekend wordt.
- Geschreven door Ton van de Berg op 25/02 om 05:11 PM
- Kinderen •
Permalink
woensdag, 24 februari 2010
Op 1 januari 2010 is de wet die de belasting over het erven en schenken regelt, drastisch veranderd. Daardoor kunnen eerder gemaakte testamenten fiscaal waardeloos zijn geworden. Deze testamenten hebben dus een flinke onderhoudsbeurt nodig!
Door de wetswijziging pakken sommige testamenten fiscaal anders uit dan voorzien. Bij overlijden moet mogelijk meer belasting worden betaald dan bij het maken van het testament was gedacht. Heeft u een testament gemaakt vóór 1 januari 2010? Notarissen vinden het verstandig als cliënten hun testament na laten kijken. Notarissen kijken niet alleen na hoe het testament uitpakt onder de gewijzigde wet. Ook bekijken zij of het testament nog past bij uw persoonlijke en financiële situatie.
De wijziging van de wet biedt ook nieuwe kansen voor het maken van een testament. Bijvoorbeeld omdat u wilt dat neven en nichten van u erven. Tot 1 januari 2010 was dat fiscaal heel onverstandig. Doordat het tarief van de belasting voor neven en nichten flink is gedaald, zijn er meer ooms en tantes die een testament willen maken.
Ook opa’s en oma’s kunnen hun kleinkinderen in hun testament flink verwennen. Vanaf 1 januari 2010 kunnen kleinkinderen bij het overlijden van hun grootouders een groter bedrag belastingvrij erven dan voorheen.
Voor partners die niet getrouwd zijn, is een testament alleen vaak niet genoeg. Voor verschillende belastingwetten wordt het steeds belangrijker dat er ook een notarieel samenlevingscontract is. Bij het erven van een partner is het hebben van een samenlevingscontract één van de manieren om in aanmerking te komen voor een grote belastingvrijstelling van € 600.000.
Raadpleeg uw notaris als u twijfelt aan uw testament.
bron: netwerknotarissen
- Geschreven door Ton van de Berg op 24/02 om 09:27 AM
- Politiek •
Permalink
dinsdag, 23 februari 2010
Het zal je maar gebeuren; kan je regelmatig niet op tijd op school komen, krijg je straf. Kom je ‘een paar keer’ te laat dan moet je nóg vroeger op school komen. Geheid dat het je niet lukt. Resultaat nog meer straf en misschien word je geschorst van school. Je raakt steeds meer achter met je werk Je kan het niet meer goed doen. Vind je het dan gek dat je er geen zin meer in hebt. Dat je gaat spijbelen? Op school zijn betekent immers dat je het niet goed kan doen en straf krijgt.
Of je ouders zijn overdag weg omdat ze moeten werken. Jij moet dan je eigen boontjes doppen. Tenslotte ben je al flink zelfstandig. Je snapt heus wel dat je ouders moeten werken. Komen je ouders thuis, dan moet je van alles. Dan gelden er weer regels. Soms word je er gek van, wil je weg of duik je achter de computer. Soms wel heel lang achter een game. Het duurt niet lang meer of je wordt ‘onhandelbaar’ genoemd.
Kinderen zijn niet van zichzelf ‘onhandelbaar’. De omgeving, het gezin, de school noemt een kind of jongere onhandelbaar omdat het betreffende kind ‘het systeem’ ontwricht; de school is er bij gebaat dat alle leerlingen zich rustig gedragen. Het gezin draait als iedereen in dat gezin zijn of haar rol kent en zich aanpast. Als iemand in het systeem opvalt door afwijkend gedrag, zal het systeem proberen die persoon te corrigeren. Meestal op een negatieve manier door straffen en verbieden. Met als gevolg dat de situatie steeds erger wordt totdat het kind ‘onhandelbaar’ is.
In Nederland wordt dan al snel een diagnose als gedragstoornis gegeven. Het kind heeft een stoornis, niemand heeft er ‘schuld’ en met medicatie wordt het kind al een stuk ‘handelbaarder’ d.w.z. meer passend in het systeem. Het kind gaat geloven in de medicatie; ‘als ik mijn pilletje op tijd in neem, gaat het goed’, en wordt afhankelijk van de medicatie.
Medicatie kán een hulpmiddel zijn, ondersteunend aan gezinscoaching. Tijdens de gesprekken met het hele gezin gaat de coach na wat er speelt, welke problemen er gevoeld worden en vooral wat er goed gaat. Op dat moment komen de gezinsleden met elkaar in gesprek. Vaak horen de gezinsleden voor het eerst in lange tijd van elkaar wat hen bezig houdt. Wat heeft ieder gezinslid nodig om samen een lekker lopend gezin te vormen? Van elkaar, van school of andere hulpverleners. Samen met de gezinscoach wordt een actieplan opgesteld zodat alle belangrijke zaken ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Als daar een indicatie als ADHD helpend bij is, kan daar actie op genomen worden. Of kan school ingeschakeld worden om de situatie van het kind zo optimaal mogelijk te maken.
Samen met de gezinscoach worden de problemen in het gezin geordend, het sociale netwerk en de hulpverleners in kaart gebracht. De gezinscoach werkt altijd vanuit het gezin en start met wat door het gezin als het meest dringende probleem wordt aangemerkt.
Het doel van gezinscoaching is gezinnen mee te laten denken en mee te werken aan de oplossing van hun problemen. Om de regie (terug) te krijgen over hun situatie, eventueel met behulp van familie en vrienden. Om de eigen krachten te laten ontdekken en te versterken, om geloof te krijgen in de toekomst en om de zelfredzaamheid te vergroten.